Voorbij, voorbij

de Salon: poëzie aan huis

Najaar 2011 is de Salon gestart met zijn literaire activiteiten: middagen rond een poëzie-thema.

Deze middagen worden, naar het voorbeeld van de negentiende-eeuwse literaire salon, gegeven bij Maja en Robert-Henk Zuidinga thuis, aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam.

Het doel is een literair onderwerp op toegankelijke wijze te bespreken in een informele sfeer.

de Salon

literaire activiteiten

Voorbij, voorbij,

o en voorgoed voorbij

(J.C. Bloem, Herinnering

uit: Media Vita, 1931)

Op zondag 18 december 2011 opende de Salon met

"de Geschiedenis van het Kerstlied".

Achter veel van onze bekende kerstliedjes zit een verrassend, leuk of interessant maar altijd wetenswaardig verhaal, van middeleeuwse liederen en Stille Nacht tot de populaire Amerikaanse kersthits als I´m dreaming of a white Christmas.

De boeiendste en meest onverwachte van deze verhalen kwamen hier ter sprake. Uitgangspunt daarbij was het onderscheid tussen volkskerst-liederen en cultuurkerstliedjes.

Op deze middag zou blijken dat er meer achter het kerstlied steekt dan je op het eerste oor zou verwachten. Uiteraard was een aantal van de liederen te horen zijn.

Na afloop werd er nagepraat en van gedachten gewisseld bij een feestelijke kerstthee en een glas glühwein.

Op 15 januari 2012 was het thema De Moeder in de Poëzie

Het meest voorkomende onderwerp in de poëzie is zonder twijfel de liefde. Maar niet alleen de liefde tussen man en vrouw. Ook de liefde van een moeder voor haar kinderen of van een kind voor de moeder wordt veel bezongen.

Deze middag stond in het teken van die liefde. Er kwam een breed scala aan bod, van de liefde van een moeder voor haar ongeboren kind tot die van een volwassene voor een dementerende of overleden moeder.

Er werd schitterend werk besproken van Elsschot tot Anna Enquist.

Er is trouwens niet alleen sprake van liefde, ook angst voor de moeder komt voor, bijvoorbeeld in het werk van Ida Gerhardt. Niettemin is de Moeder één van de mooiste onderwerpen in de poëzie. Zie bijvoorbeeld dit gedicht van Neeltje Maria Min:

Mijn moeder is mijn naam vergeten,

mijn kind weet nog niet hoe ik heet.

Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,

laat mijn naam zijn als een keten.

Noem mij, noem mij, spreek mij aan,

o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb wil ik heten.

11 maart 2012

De Rederijkersballade

De Franse of rederijkersballade is een interessante dichtvorm, die ontstaan is in de rederijkerstijd, in de 15de eeuw. Bekende makers van ballades in die tijd zijn o.m. Anthonis de Roovere en Anna Bijns.

De ballade is door de eeuwen heen geschreven blijven worden, zowel in Vlaanderen als in Nederland, tot nu aan toe. Het is daarmee, naast het sonnet, de enige dichtvorm die al zo lang beoefend wordt.

U krijgt een uitgebreide inleiding in de vormkenmerken en inhoudelijke aspecten van de ballade en wordt meegenomen op een reis door de geschiedenis van deze prachtige maar ondergewaardeerde versvorm.

15 april 2012

De Poëzie van Liefde en Geluk

Op deze middag komt dat hele spectrum ter sprake, te beginnen met Neerlands oudste dichtregels ("Hebban olla vogala...") tot de sonnetten van Jan Kal, en vele verrassingen daar tussenin.

de Salon: poëzie aan huis

Najaar 2011 is de Salon gestart met zijn literaire activiteiten: middagen rond een poëzie-thema.

Deze middagen worden, naar het voorbeeld van de negentiende-eeuwse literaire salon, gegeven bij Maja en Robert-Henk Zuidinga thuis, aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam.

Het doel is een literair onderwerp op toegankelijke wijze te bespreken in een informele sfeer.