VEENBRAND

 

Als een veenbrand, als een lang vergeten vuur

Kroop de oude liefde toch weer naar me toe

Kleeft er onverwacht weer volop avontuur

Aan de dingen die ik denk en die ik doe

 

Hoe bestaat 't, vraag ik opgewonden, hoe

Zou het komen dat het vuur zich weer liet zien

Na een tijd waarin ik moedeloos en moe

Niet meer rekenende op 'ooit' of op 'misschien'

 

Ik weet waarlijk niet waar ik 't aan verdien

Maar de oude vlammen slaan weer door me heen

En jij blaast ze voor mij aan met windkracht tien

En ik ben niet meer, ik hoef niet meer alleen

 

Als een veenbrand die zich schuil houdt in het veen

En weer flakkert op het grilligste moment

Sloeg je toe, en wat ik voel van top tot teen

Is de warmte  die ik vroeger heb gekend

 

Oude vlam, wat ben ik blij dat jij d'r bent

Je bent terug, je scheurt de knopen van m'n jas

En ik gloei weer en ik brand weer permanent

Als een meisje, als het meisje dat ik was

 

Het bestaan is zoveel meer dan schuim en as

En het houdt de beste pijlen op z'n boog

En na jarenlange wanhoop zorgt het pas

Voor het happy end, de clou, de epiloog

 

Het geluk onttrekt zich telkens aan het oog

Maar het smeult en wacht, en op de lange duur

Laait de liefde uit de diepten naar omhoog

Als een veenbrand, als een lang vergeten vuur

 

 

 

Toen haar man Eric Herfst in 1985 overleed, verwachtte Jasperina de Jong niet ooit nog verliefd te kunnen worden.

Dat het toch gebeurde, in haar geval op NRC-fotograaf Vincent Mentzel, is door Ivo de Wijs warm verwoord in ‘Veenbrand’,

voor haar theaterprogramma 'Tour de Chant' uit 1989.

 

Het grootste belang van deze tekst is, dat hij recht doet aan de romantische kant van Ivo de Wijs. Wie hem vooral kent

als de maker van geestige cabaretteksten, zal aangenaam verrast zijn te ontdekken dat hij ook een zeer poëtische kant heeft.

‘Veenbrand’ is daar een mooi voorbeeld van, met een haast Brelliaanse beeldtaal.

 

De symboliek van passie die, vrijwel onzichtbaar, nog smeult en onverwacht weer kan oplaaien, 'als een lang vergeten vuur',

is bijvoorbeeld te vinden in wat Jacques Brels bekendste nummer moet zijn, ‘Ne me quitte pas’:

 

“On a vu souvent

Rejaillir le feu

D'un ancien volcan

Qu'on croyait trop vieux “

 

door Ernst van Altena vertaald als

 

“Want uit een vulkaan

Die was uitgeblust

Breekt zich na wat rust

Toch het vuur weer baan”.

 

Onbegrijpelijk, nee, onvergeeflijk, is, dat Van Altena van de vier daaropvolgende regels

 

“Il est paraît-il

Des terres brûlées

Donnant plus de blé

Qu'un meilleur avril”

 

het krachtige beeld van ‘terres brûlées’ – letterlijk ‘verbrande aarde’, maar sprekender te vertalen

met ‘verschroeide aarde’ – vervangt door het nietszeggende ‘oude grond’ en 'nieuwe grond':

 

"En op oude grond

Ziet men vaak het graan

Heel wat hoger staan

Dan op verse grond".

 

Overigens dient opgemerkt, dat de Brelliaanse sfeer in niet geringe mate wordt ondersteund door de muziek van Joop Stokkermans.

 

Een keuze uit zijn teksten voor Jasperina de Jong bundelde Ivo de Wijs in Tour de Chant (Amber, Amsterdam, 1991). ISBN 90-5093-136-7.