ARM DEN HAAG

 

 

Arm Den Haag, dat is toch erg, dat jij maar niet vergeten kan

De klank van krontjong en van gamelan

In het Indisch restaurant gonst het gesprek van alle kant:

Tempo doeloe, tempo doeloe in dat verre, verre land

 

Ach kassian, het is voorbij

Kassian, het is voorbij

Den Haag, Den Haag, de weduwe van Indië ben jij

 

We kunnen hier heus wel Indisch eten thuis klaarmaken

Sambal goreng telor, lontong, tahoe pedis

Alleen, de buren hebben het niet zo graag

En we kunnen hier ook heus wel tropische planten kopen

Zoals bijvoorbeeld kembang sepatoe

Dat noemen ze hier hibiscus, hibiscus

En allerlei varens: canna's, gerbera's, orchideeën

Maar het staat hier in de huiskamer toch heel anders

Dan daar in de vrije natuur, ja

Trouwens, ze gaan allemaal dood bij de kachel

 

Ach kassian, het is voorbij

Kassian, het is voorbij

Den Haag, Den Haag, de weduwe van Indië ben jij

 

En weet u, ik heb thuis zo'n groot schilderij hangen.

Dat verbeeldt natuurlijk Indië, ja

Adoe, beeldig, beeldig

Mooie groene sawa's, Klapperbomen

Links een karbouw met zo'n kleine katjong op z'n rug, ja

En rechts een pahman met zeven van die leuke kleine bebeks achter zich aan

Maar weet u, het schilderij, het krijgt hier geen licht genoeg

Weet u wat nog meer

Meneer Le Clerque-Zubli hij komt ook nooit meer langs

 

Ach kassian, het is voorbij

Kassian, het is voorbij

Den Haag, Den Haag, de weduwe van Indië ben jij

 

 

Willem Wilmink (1936 – 2003) was niet alleen van de aardigste mensen die ik ooit ontmoet heb,

hij is ook een van onze begaafdste tekstdichters. Aanvankelijk werd hij vooral bekend

van zijn versjes voor kinderen en bijdragen aan jeugdprogramma’s als “De Stratemakeropzeeshow”,

“De Film van Ome Willem” en “J.J. de Bomshow voorheen De Kindervriend”. Maar hij schreef ook

gedichten en liedjesteksten voor grote mensen. Soms bracht hij die zelf ten gehore. Ik heb eenmaal

mogen horen hoe hij er, zichzelf op de accordeon begeleidend, met breekbare stem een paar zong.

 

De kwaliteit van zijn werk drong langzaam tot een groter publiek door, bijvoorbeeld dankzij “De oude school

voor cabaret Don Quishocking

 

Ach, zou die oude school er nog wel zijn,

kastanjebomen op het plein,

de zwarte deur,

platen van ridders met een kruis

en van Goejanverwellesluis,

geheel in kleur.

 

Herman van Veen komt de eer toe Wilmink misschien niet ontdekt te hebben, maar dan toch als

groot tekstdichter erkend te hebben. Hij nam prachtige teksten in zijn programma’s op, met

prachtige beelden als in “De kraanvogels”

 

Soms, soms denk ik wel dat de soldaten

Die in de oorlogen gevallen zijn

Niet onder witte kruisen zijn begraven

Maar dat zij kraanvogels geworden zijn

 

Ze roepen ons uit lang voorbije tijden

Hun hese stemmen roepen in hun vlucht

't Is misschien daarom dat wij zo dikwijls kijken

Diep in gedachten naar de trieste lucht

 

of in “Achterlangs

 

De meeste treinen rijden achterlangs het leven

Je ziet een schuurtje met een fiets ertegenaan

Een kleine jongen is nog op, hij mag nog even.

Je ziet een keukendeur een eindje openstaan.

Als je maar niet door deze trein werd voortgedreven,

zou je daar zonder meer naar binnen kunnen gaan

 

en in “Als het net even anders was gegaan

 

Als Hitler toch de oorlog had gewonnen,

Wat weinig had gescheeld met die V-2,

Hadden we dan nog levensmidd'lenbonnen

Of viel de toestand achteraf best mee ?

We kwamen zonder een niet-jood verklaring

Weer op normale wijze aan de poen

En er was geen verzekerde bewaring

Voor de zigeuners die geen mens iets doen

Er zou geen jood en geen zigeuner meer bestaan,

Als het net even anders was gegaan.

 

Geen Surinamers waren hier gekomen

En geen Molukker was Europeaan

Geen gastarbeider was in dienst genomen

Of toch? Het vuile werk moet ook gedaan.

Van concentratiekampen zou men praten:

Ach, dat valt wel mee, er wordt zoveel beweerd.

We zouden het rustig daarbij kunnen laten

Want geen getuige was teruggekeerd.

De nazi's hadden het veel grondiger gedaan,

Als het net even anders was gegaan.

 

Hitler had een spierwitte snor gekregen

Werd door de meerderheid gerespecteerd

Als vader van de autowegen

En hij had Musschert al geliquideerd.

Wie zouden zich in 't openbaar vertonen ?

Wie zouden ons regeren uit Den Haag ?

Wie zouden er in grote huizen wonen ?

Misschien dezelfde rijken als vandaag ?

Wij vonden vast wel weer een zin in ons bestaan,

Als het net even anders was gegaan.

 

Voor homoseksuelen streng verboden

Zou er te lezen staan op de cafés.

Wat afweek van de norm, dat zou men doden

Men kocht Mercedessen en B.M.W.'s

Om dan als heersers langs de weg te razen

Dat iedereen hun macht en welvaart zag

En het verzet was werk geweest van de dwazen

En Engeland verarmde met de dag.

Wat zich verrijkt was de haat en rassenwaan,

Als het net even anders was gegaan.

 

We weten allemaal dat Hitler heeft verloren.

We zijn toen van de tyrannie gered

Maar zou ik anders ook een lied doen horen ?

Een bloed- en bodemlied ? Of juist een van verzet ?

Zou er in zulke uitzichtloze tijden

Nog iets bestaan als hier en daar een sprank

Van moed en hoop, die boeken doet verspreiden

Jan Campert en Van Randwijk, Anne Frank ?

Zou dan het goede, schone, ware nog bestaan,

Als het net even anders was gegaan ?

 

Nederland maakte ineens kennis met Wilminks werk toen een geroerde Joost Prinssen

op de televisie het gedicht "Ali Ben Libi", over een joodse goochelaar, voordroeg

 

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,

staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,

dus keek ik er met verwondering naar:

Ben Ali Libi. Goochelaar.

 

Met een lach en een smoes en een goocheldoos

en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,

scharrelde hij de kost bij elkaar:

Ben Ali Libi, de goochelaar.

 

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost

dat Nederland nodig moest worden verlost

van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.

Ze bedoelde natuurlijk die goochelaar.

 

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,

kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.

Er stond al een overvalwagen klaar

voor Ben Ali Libi, de goochelaar

 

In 't concentratiekamp heeft hij misschien

zijn aardigste trucs nog weleens laten zien

met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,

Ben Ali Libi, de goochelaar.

 

En altijd als ik een schreeuwer zie

met een alternatief voor de democratie,

denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar

voor Ben Ali Libi, de goochelaar

 

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,

hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

 

Opmerkelijk bij zo’n vermogen tot beeldend woordgebruik en stijlbeheersing, maar tegelijk illustratief

voor dat vermogen, is dat zijn naar mijn smaak mooiste tekst welgeteld niet meer dan drie regels omvat.

Maar die drie regels bieden wel een van de mooiste en krachtigste beelden uit de Nederlandse liedkunst:

“Den Haag, de weduwe van Indië ben jij”. (For the record: met als enige concurrent Willem Elsschots

openingsregel van "Moeder": "Als vader slaapt gelijk een rustig beest".)

 

Toegegeven, eraan vooraf gaan vier regels die enigszins een context vormen, en de parlandogedeelten

zijn geschreven door Wieteke van Dort, die het nummer als de Indische Tante Lien bekend maakte in

haar televisieprogramma “De Late Late Lien-show”. Maar het blijft voor mij het schoolvoorbeeld van

poëtische zeggingskracht, dat de in Enschede geboren en gestorven Willem Wilmink, die altijd in hart en

nieren Tukker is gebleven, de Indische kant van Den Haag - met haar repatrianten en spijtoptanten, haar

Indische clubs en Pasar Malams - zó volmaakt in zó weinig woorden heeft kunnen treffen.

 

Zo perfect hoor je het maar zelden.