DAT IK JE MIS

 

 

Je kust me, je sust me

Omhelst me, gerust me

Je vangt me, verlangt me

Oneindig ontbangt me

Je roept me, je hoort me

Je redt en verstoort me

Geloof me, beroof me

Verstikt en verdoof me

Je ademt en leeft me

Siddert en beeft me

Vertrouwt me, beschouwt me

Als mens en weerhoudt me

Van bozige dromen

Die op komen dagen

De eenzame vragen

Van eindig geluk

 

Met je krullen als nacht

Hoe je praat, hoe je lacht

Hoe je stem zo dichtbij

Als een engel verzacht

In mijn dromen doorstromen

Oneindige leegte

Je remt me, je temt me

Je roert en beweegt me

Ik mis je, ik mis je

Ik grijp je, ik gris je

Ik wil je, bespeel je

Ik roer en beveel je

Om bij me te blijven

In donkere nachten

Om niet meer te smachten

Naar jou

 

Laat me los

Ik moet nu alleen

En houd me vast als het nodig is

In gedachten

En ik zoek je

In alles om me heen

Maar al denk ik soms

Dat het zo beter is

Kan ik het niet helpen

Dat ik je soms mis

Oh ik smoor je, bevroor je

Verlos en verloor je

Weg naar een andere plek

Maar ik hoor je

Omarm je, verwarm je

Ik zie en ik voel je

Ik aai je, ik streel je

Ik knuffel en kroel je

Je rijdt me, begrijpt me

Verwart en misleidt me

Het schrikt me soms af

Hoeveel ik op je lijk nu

Mijn glimlach, mijn tranen

Mijn liefde, mijn beleven

Het spijt me van alles

Kom help en bevrijd me

 

En laat me los

Ik kan het alleen

Maar houd me vast als het nodig is

In gedachten

En ik vind je

In alles om me heen

Maar al denk ik soms

Dat het zo beter is

Kan ik het niet helpen

Dat ik je soms mis

 

Ik kus je, ik sus je

Ik doof en ik blus je

Je blijft heel dicht bij me

Maar in mijn hoofd rust je

 

 

Hoewel ze niet won – ze eindigde als tweede –, was Maaike Ouboter de sensatie van de talentenjacht

“de beste singer-songwriter Nederland” van 2013 met het nummer “Dat ik je mis”, waarmee ze de drie

leden van de jury tot tranen toe beroerde.

 

Wat onmiddellijk opvalt aan deze tekst, is de lengte - beter gezegd de kortte - van de versregels,

in de meeste gevallen tweemaal drie lettergrepen, die dan ook nog rijmen. Bijvoorbeeld:

 

Je kust me, je sust me.

Omhelst me, gerust me.

Je vangt me, verlangt me.

Oneindig ontbangt me

 

Ongebruikelijk korte regels, maar vooral ongebruikelijk rijm. Dat loopt uiteen van pure rijmelarij tot mooie

of leuke vondsten en alles daar tussenin. Het “ontbangt me” van hierboven zullen we niet vaak tegenkomen

in een Nederlandse liedjestekst, en dat is maar goed ook.

 

Een typisch geval van ongelukkig gerijm is

 

Met je krullen als nacht

Hoe je praat hoe je lacht

Hoe je stem zo dichtbij

Als een engel verzacht

 

Met je krullen als nacht? Als een engel verzacht? Ongelukkig is waarschijnlijk het goede woord nog niet eens.

 

Maar een goed getroffen beeld vind ik

 

Ik kus je, ik sus je

Ik doof en ik blus je

 

Of anders wel

 

Ik mis je, ik mis je

Ik grijp je, ik gris je

Ik wil je, bespeel je

Ik roer en beveel je

Om bij me te blijven

 

En nog zo'n mooi enjambement is

 

Vertrouwt me, beschouwt me

Als mens en weerhoudt me

Van bozige dromen

 

De scheidslijn, of liever het overgangsgebied, tussen Sinterklaasrijm en poëzie is onscherp. Want waarom blijft

ons oog of oor hangen bij “ontbangt” en is “gerust me”, als parafrase van “stel me gerust”, wčl poëtisch acceptabel?

 

Vestdijk had het in De glanzende kiemcel, een bundeling van acht “beschouwingen” over tal van aspecten van de dichtkunst,

over rijmdwang. Daarmee bedoelt hij, dat de noodzaak om op een voorgaande regel te rijmen, dus op een woord

dat er al staat, een woord waar al voor gekozen is, kan leiden tot onverwachte vondsten.

Een citaat: “Ten einde het rijm tot iedere prijs te handhaven is de dichter soms op woorden aangewezen,

die in een bepaalde gedachtengang of sfeer thuishoren, welke op generlei wijze te verenigen is met de sfeer

rondom het eerst rijmwoord, het woord waarop gerijmd moet wórden. Gebruikt hij deze woorden nu tóch,

- en hij kan vaak niet anders, - dan ziet men die gewrongen wendingen optreden, die stoplappen, die overbodige

mededelingen en kleurloze uitweidingen, - en bij minder begaafde, of minder handige dichters ook vaak belachelijkheden,

- die de beoordelaar onmiddellijk op het spoor brengen van de “rijmdwang” (..).

Nou ja, die lezing hield hij in 1943, moeten we maar denken.

 

Iets anders. Het kan niemand ontgaan, dat vrijwel alle beelden een erotische lading hebben. Er wordt wat afgekroeld en gekust

en gevoeld en gesust. Des te verrassender was het van de singer-songwriter zelf te vernemen, dat het niet over

haar eerste serieuze vriendje maar eigenlijk over haar overleden moeder gaat. Die onverwachte wending even daargelaten,

resteert de vraag wat voor een – geďnteresseerde - lezer(es) de waarde is van dergelijke externe informatie,

voor de interpretatie of op z’n minst de waardering.

Over die vraag meer in het stuk over Frank Boeijens “Zeg me dat het niet zo is”, want voor je het weet zit je weer

midden in een discussie over “Vorm of Vent?”

 

Dat had Maaike vast nooit gedacht.